Hoe voorzichtig u ook bent, teken kunnen toch op u of uw hond voorkomen. U kunt een tekenbeet en daarmee mogelijk een tekenbesmetting voorkomen door plekken met lang gras of laag struikgewas te vermijden. Controleer uw hond en uzelf altijd op teken als u naar een gebied bent geweest waar teken zijn en draag passende kleding zoals bijvoorbeeld een lange broek en laarzen.
Er is geen snelle manier om uw hond op teken te controleren omdat een teek al snel via de vacht naar de huid is gekropen en zich vastgebeten heeft. Controleer het hele lichaam van de hond en kijk vooral goed tussen de haren. Een teek die nog geen bloed gezogen heeft, is bijzonder plat en klein en wordt daardoor, zonder een nauwkeurige controle, makkelijk over het hoofd gezien. Zodra een teek zich heeft volgezogen met bloed worden ze groter en zijn ze makkelijker te zien. Het is echter wel beter om ze op te sporen en te verwijderen voordat ze bloed zuigen.
Als de teek zich nog niet heeft vastgehecht, kan deze simpel van de hond worden geplukt. Overtuig u ervan dat u de teek doodt zodat deze geen nieuw slachtoffer kan vinden. Als de teek zich al vastgehecht heeft en is begonnen met eten, dient de teek zorgvuldig verwijderd te worden. Dit dient te gebeuren zonder de teek te pletten waardoor de maaginhoud in het bloed terecht zou kunnen komen. Daarnaast is het belangrijk dat er gaan monddelen achterblijven. In beide gevallen zou een infectie het gevolg kunnen zijn. Gebruik een pincet of een speciale tekentang om de teek zo dicht mogelijk bij de huid beet te pakken en trek hem langzaam maar stevig van de huid, zonder de teek te beschadigen. Bewaar de teek voor identificatie en een eventuele test in alcohol en raadpleeg uw dierenarts indien u advies nodig hebt.
